Nesten zoeken

Hoe zoek je nesten?

Grofweg kun je de nestzoekers in twee groepen indelen:

Zij die alle percelen aflopen en op die manier hopen alle nesten te vinden. Beginners hanteren, omdat ze nog niet zeker van zichzelf zijn, vaak deze methode.

Anderen bestuderen eerst een poos het gedrag van de vogels en proberen op die manier er achter te komen waar het nest zich ongeveer bevindt (het peilen van een nest). Je moet dan wel wat van het gedrag weten. Ga er vanuit dat je minstens, als je vrijwilliger bent, 1x in de week in jouw veld bent om te zoeken of te controleren. De boer die zelf zoekt en beschermt zal er vaker zijn. Bovendien heeft hij het voordeel van zijn “camouflagepak”: de vogels zijn er aan gewend als hij op zijn trekker het land in komt en daardoor blijven ze veel langer zitten.

Als je alles afloopt kun je best enkele collega-zoekers gebruiken, 20 ha. en meer is alleen erg veel en de kans dat je nesten niet ontdekt is dan groot. Met enkele zoekers ga je twee of drie keer sneller zodat je korter in het weiland bent. Vooral van belang als er vogels broeden, ze kunnen weer eerder naar de nesten om verder te gaan.

Peiling van het nest

Probeer zo kort mogelijk in het weiland te zijn, de verstoring is dan het kleinst. Dat bereik je onder andere door een peiling te nemen zodra je een broedende vogel op het nest ziet zitten. Je probeert een opvallend punt in de verte achter het nest te peilen en kijk ook waar je zelf staat ten opzichte van het nest en dat opvallende punt. Je kunt dan kleinere stukken afzoeken. Soms loop je zo naar het nest toe. Pas op: Ga er niet in staan. Bedenk dat een kijker de afstand vertekent.

Administratie

Noteer het nest direct in je boekje en op een kaartje. Als je meer nesten vindt haal je ze door elkaar als je het later doet. Vul de gegevens in op de stallijst en op de grote kaart. De controleur gebruikt deze om te controleren.

♂= mannetje

♀= vrouwtje