Topjaar voor Zwarte Sterns in het Utrechtse Veenweidegebied

200x A. Kant Lezing ZS (23)Met 270 broedparen verspreid over 42 locaties  is 2015 het beste jaar sinds Agrarische Natuur Vereniging ‘De Utrechtse Venen’ in 1998 een project startte om de zwarte stern als broedvogel in Utrechtse        Veenweidegebied te behouden. Broedde er in 1998 in het Utrechtse Veenweidegebied zo’n 75 paren van deze bedreigde rodelijst soort, door inzet van agrariërs is dat inmiddels uitgegroeid tot zo’n twintig procent van de totale Nederlandse populatie. Een mooi voorbeeld van succesvol agrarisch natuurbeheer. 

Leen Heemskerk projectleider van de werkgroep zwarte stern noemt een aantal factoren die samen het succes mogelijk hebben gemaakt. Voor 2015 geldt als eerste dat er door het koude voorjaar later is gemaaid. Zwarte sterns zijn gevoelig voor veranderingen rond de Zwarte stern; Chlidonias niger; Black Ternbroedlocatie in de vestigingsperiode, en maai- en andere agrarische werkzaamheden leiden er dan toe dat de sterns ergens anders een plek zoeken. Verder heeft dit jaar meer dan in andere jaren gespeeld dat broedvlotjes geclusterd zijn uitgelegd. Enthousiaste boeren leggen op meerdere plaatsen op hun bedrijf vlotjes uit. Als dan de buren ook meedoen ontstaat een gebied waar op korte afstand van elkaar  meerdere geschikte broedlocaties zijn, iets waar zwarte sterns als semi-koloniebroeders voorkeur voor hebben. Hoewel in principe nooit meer dan 10 vlotjes per locatie worden uitgelegd, legde één enthousiaste agrariër in Woerden over de volle slootlengte van 250 meter 30 vlotjes uit, wat hem alleen al 27 broedparen opleverde. Positief kan ook hebben gewerkt het goede broedsucces van 1,4 jong per broedpaar in 2014, bijna het dubbele van wat nodig is voor instandhouding van de populatie. De zwarte stern is een soort die zich gemakkelijk verplaatst en dus snel kan reageren als zich betere omstandigheden voordoen zoals goed broedsucces een jaar eerder.

De duurzame toename over een langere termijn heeft overigens andere oorzaken. Daar moet als eerste genoemd worden de langdurige betrokkenheid van deelnemende agrariërs en vrijwilligers die ieder  jaar weer de vlotjes uitleggen en dat steeds beter doen. Op zorgvuldig uitgelegde  vlotjes komt meer dan 80% van de nesten uit, tegenover op 150530 foto L. Heemskerk  4299natuurnesten niet meer dan 50%. Verder de commitment van de provincie Utrecht die door alle veranderingen in natuurbeheer heen het project financieel is blijven steunen. Heel langzaam begint ook het slootbeheer wat te veranderen en wordt het voor boeren gemakkelijker pleksgewijs gele plomp, waterlelie en oeverbegroeiing te laten staan. Zwarte sterns broeden bij voorkeur op de overgang van dit soort begroeiing naar open water. Als daar maar genoeg plekken van zijn is er ook minder concurrentie van bijvoorbeeld meerkoeten die daar ook voorkeur voor hebben en bovendien wel een zwarte stern eitje lusten. 

Reacties zijn gesloten