Weidevogel laat zich steeds meer zien

Veel boeren in Nederland zetten zich, samen met vrijwilligers, in voor weidevogelbeheer. Dit kost veel tijd en energie. In de bedrijfsvoering moet er rekening mee worden gehouden. Het levert zeker ook iets op: een goed gevoel  bij boeren en burgers en een positieve ontwikkeling van de weidevogelstand. De weidevogelstand stond al jaren onder druk maar laat de laatste jaren een positieve ontwikkeling zien. Deze trend willen de boeren graag doorzetten. Weidevogels horen immers bij Nederland.  

2Dit jaar waren de vogels, door het zachte voorjaar, al vroeg op het boerenland te zien. Door het weidevogelbeheer van boeren krijgen jongen steeds meer de kans om op te groeien tot kuikens, die zichzelf uit de voeten kunnen maken, als er gemaaid gaat worden. Uit de eerste berichten van de agrarische natuurverenigingen is op te maken dat er meer jonge vogels zijn dan in andere jaren. Het goed doordachte en initiatiefrijke beheer werpt duidelijk zijn vruchten af. De weidevogels varen daar wel bij. Al enkele jaren wordt het beheer in mozaïeken uitgevoerd. Hierdoor is er altijd ruimte voor de vogels. Daarnaast zijn gebiedscoördinatoren actief die het beheer voorbereiden, coördineren, de resultaten in beeld brengen en samen met de boeren, na evaluatie van het seizoen, verbeteracties initiëren. Er is echter ook veel afhankelijk van gerichte maatregelen die agrarische natuurverenigingen samen met de boeren treffen. In het gebied van de Gouwe Wiericke zijn pompen aangeschaft waarmee een plas-dras situatie wordt gecreëerd. Deze maatregel heeft een uiterst positief effect. Vanuit de grote omtrek werden vogels aangetrokken om te foerageren. Door de concentratie aan vogels zijn ze vervolgens ook beter te beschermen. In combinatie met het zogenaamde lastminute beheer werkt deze maatregel heel goed. Het aantal broedparen grutto’s  en tureluurs is gelijk gebleven ten opzichte van het seizoen 2013. Mooier is dat er meer jongen zijn grootgebracht. Dat is winst voor het komend jaar.

De vereniging Weide en Waterpracht (omgeving Reeuwijk-Bodegraven) meldt dat de aantallen in 2014 stabiel zijn gebleven. Naast weidevogels worden er dit jaar echter opvallend meer purperreigers en grote zilverreigers gesignaleerd. Ook het kuifeendje, een opvallende verschijning in de polder, laat zich steeds meer zien.

Ook in het gebied van vereniging de Utrechtse Venen (rond Woerden) zijn de resultaten veelbelovend. Al jarenlang worden door 165 deelnemende boeren ‘stalkaartgegevens’ geregistreerd. Alle relevante weidevogel gegevens worden door de boeren op een centrale plek bijgehouden. Hiermee kunnen de broedgegevens door de jaren heen worden vergeleken en kan beter worden gesignaleerd. Dit resulteert in gerichte maatregelen. Het resultaat is dat er bij de grutto, de kievit, de slobeend en de tureluur meer nesten zijn waargenomen dan in voorgaande jaren.

Boven de Nieuwkoopse Plassen zijn de boeren van vereniging De Hollandse Venen actief. Door hun inzet neemt het aantal grootgebrachte grutto’s al voor het tweede jaar op rij toe. Vorig jaar was er zelfs een stijging van 33%. Dit jaar 20%. Het late maaien heeft hier zeker aan bijgedragen. Koeien in de wei is een mooi gezicht en weidevogels profiteren hiervan. Vliegen die op de koeienmest afkomen vormen een prima voedselbron voor de jonge pullen (kuikens). In het Amstelland, met vooral polder De Ronde Hoep, wordt vastgesteld dat de gruttopopulatie volledig is hersteld. We zitten weer op het niveau van 40 jaar terug. Dat lijkt niet op groei. Het is echter een geweldige ontwikkeling met de wetenschap dat er tot 10 jaar terug nog sprake was van een enorme afname. De groei in de afgelopen 10 jaar was zelfs 70%. In de Ronde Hoep worden 250 paar grutto’s geteld. In 2005 waren dit nog 185 nesten waarvan 132 nesten mislukten omdat er toen nog niet bewust door boeren werd beheerd. Met het hedendaagse beheer liep 90% van de grutto’s eind mei dit jaar rond met grote kuikens. Boeren maaien hun percelen pas als de aanwezige pullen vliegvlug zijn. Na een periode waarin, ondanks inspanningen van boeren en vrijwilligers, de weidevogelstand onder druk stond is het een opsteker dat er vanuit de praktijk steeds meer positieve berichten binnen komen bij Veelzijdig Boerenland, het samenwerkingsverband van agrarische natuurverenigingen.  

De volgende stap: In 2016 gaat een nieuw stelsel voor agrarisch natuurbeheer van start. Daarmee kan opnieuw een verbeterslag worden gemaakt. Er worden dan geen afspraken meer gemaakt met individuele boeren maar met een agrarisch collectief. Het gebied krijgt meer zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid en steeds meer vertrouwen van de overheden. De agrarische collectieven zijn daar klaar voor. Het collectief brengt de kansen in kaart, maakt een gebiedsplan, selecteert en begeleidt de deelnemende boeren en brengt een offerte uit waarin wordt aangegeven hoe ze de provinciale doelen binnen het werkgebied van het collectief kunnen realiseren. Aan de voordeur worden in hoofdlijnen afspraken gemaakt. Aan de achterdeur regelt het collectief, gebruik makend van deskundigheid en gebiedskennis, zelf het beheer. Bij de uitvoering van het beheer richt het collectief zich op kwaliteit, effectiviteit en efficiency. Zij bepaalt waar welk beheer komt te liggen om de doelen te realiseren. Het beheer kan flexibeler en doelgerichter worden ingezet. De overheidsbemoeienis is bij deze decentralisatie kleiner, waardoor een groter deel van het beheergeld op die plek terecht komt waar het beheer het meest effectief is, namelijk op de plaats van uitvoering. Door de nieuwe werkwijze zal vooral de weidevogel optimaal profiteren.

Uit nieuwsbrief ‘Persbericht weidevogelseizoen 2014’

 

Reacties zijn gesloten