Tijdelijk opzetten slootpeil voor weidevogels

In dit Eindrapport tijdelijk verhogen slootpeil worden de ervaringen en resultaten beschreven uit 2015 .

 

In het weidevogelbeheer lijkt (tijdelijke) vernatting van percelen het ontbrekende stukje in de puzzel.

Waar in de beginjaren van het weidevogelbeheer de aandacht uitging naar bescherming van nesten en

later naar de bescherming van de jongen, gaat nu de aandacht steeds meer uit naar de totale leef- en

broedomstandigheden van de weidevogels in alle fasen.

De basis van weidevogelbeheer vormen het land en het water. Weidevogels houden van de wijd open,

vochtige hoeken van de polder. Water werkt als een magneet op de vogels.

Momenteel is de enige maatregel die wordt toegepast voor het creëren van nat biotoop het plas-dras

zetten van een heel perceel. Dat is voor agrariërs een nogal ingrijpende maatregel en past niet overal.

Een alternatief is het opzetten van het slootpeil tot maaiveldhoogte, waardoor een brede slootkant

met plas-drassituatie ontstaat. Deze brede, natte slootkanten blijken ideaal te zijn voor diverse

weidevogelsoorten. In de drassige slootkanten is het voedsel makkelijker beschikbaar en bereikbaar

voor soorten met puntige snavels. Zo ontstaat er onder andere een aantrekkelijk biotoop voor soorten

als grutto en tureluur. Verondersteld wordt dat deze vogels dan gaan broeden op de percelen die

grenzen aan de hoogwatersloten. Voor de jongen is daar voldoende voedsel en schuilgelegenheid

aanwezig.

Het besef dat een hoog waterpeil een belangrijke maatregel is in het weidevogelbeheer, dringt de

laatste jaren in steeds bredere kring door. De maatregel is inmiddels opgenomen in de beschikbare

beheerpakketten voor het ANLB 2016.

Reacties zijn gesloten